Foto-3

Wie zijn wij

De actiegroep “Recht op Zorg” is een onafhankelijke vereniging. Zij houdt op te bestaan wanneer haar doelstellingen bereikt zijn.

De groep is opgericht door en bestaat uit ouders met een zoon/dochter met een handicap. De actiegroep wordt versterkt door deskundigen en andere belangenbehartigers.

De ouders van de groep werden en worden geconfronteerd met lange wachtlijsten waardoor hun kinderen verstoken bleven/blijven van de meest elementaire ondersteuning. Het was en is een fysieke en mentale ondraaglijke periode, nog verzwaard door de klakkeloze beloften van de verantwoordelijke overheid.

Uit deze ervaring werd moed geput om de actie “Recht op Zorg” op te zetten.

 

In Concreto

Onze eisen naar de Vlaamse regering zijn de volgende:

  • Het recht op zorg, opvang, ondersteuning en begeleiding in de wetgeving te verankeren en afdwingbaar te maken, zowel ambulant als residentieel.
  • Een geloofswaardig tijdspad opstellen wanneer en hoe dit zal verwezenlijkt worden met duidelijke vermelding van de nodige financiële middelen en dit bindend maken voor de volgende legislatuur.
  • De overheid duidelijk maakt wat haar beleid ten overstaan van de persoon met een handicap inhoud en dit met concrete en uitvoerbare standpunten communiceert.

 

 

Enquête

Vul a.u.b. onze enquête in omdat ook uw stem belangrijk is om gehoord te worden !!!

 

Motivatie

Door de ouders van de actiegroep wordt reeds van 1992 aan de bevoegde ministers van Welzijn – ondertussen reeds een zeven à achttal – gevraagd een oplossing te bieden aan de duizenden wachtende zorgvragers in Vlaanderen die verstoken bleven van de meest elementaire professionele ondersteuning.

Telkens werden de ouders gerustgesteld met de belofte dat er werk wordt gemaakt om een einde te maken aan de wachtlijsten. Een minister beloofde zelf formeel dat de wachtlijsten zouden verdwenen zijn tegen het einde van haar legislatuur. Niets was minder waar; integendeel tot op vandaag groeien de wachtlijsten. Geen enkele verbetering is zichtbaar. Begin 2016 wachten 14.500 personen met een handicap op de gepaste ondersteuning. Schaamteloos worden de zwaksten van onze maatschappij in de steek gelaten. Is er hier geen sprake van op zijn minst indirecte discriminatie.

Opnieuw tracht men de persoon met een handicap gerust te stellen met de nota “Perspectief 2020” waarin een persoonsvolgende financiering en zorggarantie voor bepaalde groepen in het vooruitzicht wordt gesteld. Op zich is de persoonsvolgende financiering een goede zaak doch het systeem is vaag en laat verschillende invullingen toe. Nog meer, de middelen hiertoe worden niet voorzien, zelfs niet op lange termijn. Hoe kan men dan geloof hechten - gezien het verleden - aan de belofte van de overheid “ Zorggarantie voor deze met grote zorgnood tegen 2020”. Trouwens deze belofte is nu reeds afgezwakt tot een “ambitie” zo blijkt uit een interview met minister Vandeurzen ( oktober 2015). Nogmaals het bewijs dat men de persoon met een handicap en bij uitbreiding zijn ondersteuning niet ernstig neemt. Zou het kunnen dat met opzet het hoofdstuk “middelen” verzwegen wordt? Zou het kunnen dat bij de overheid de ‘utiliteitsgedachte’ overheerst?

Nog meer. In de brief (dd 1/4/2016) in ’t kader van de overstap (vanaf 1/1/2017) naar de Persoonsvolgende financiering van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap gericht aan alle personen met een handicap die in een voorziening verblijven verzekert men dezelfde ondersteuning als vandaag. Dit is misleidend als men nu reeds weet dat de vroeger gewaarborgde zorggarantie van 7 dagen op 7 wegvalt omdat men zijn kind regelmatig het weekeinde thuis laat doorbrengen. De persoon in kwestie of de ouders ervan werden van deze wijziging niet in kennis gesteld.
Alleen in de sector gehandicapte personen veroorlooft men zich dergelijke arbitraire beslissingen. Op termijn zou een regularisatie mogelijk zijn als men kan wachten of hoe men opnieuw wachtlijsten creëert.

Het duidelijkste bewijs dat de overheid haar verantwoordelijke ontwijkt is de creatie van het systeem “ Concentrische cirkels”. De zorg en ondersteuning, ook als deze complex is, wordt in eerste instantie bij de persoon met een handicap zelf, zijn ouders, familie, vrienden ,buren, enz gelegd. Uiteraard wordt het in mooie bewoordingen, zo iets als vermaatschappelijking van de zorg, verkondigd. In dit gevoerde beleid schuilt ontegensprekelijk de afbouw van de kwaliteit en de continuïteit van de zorg. De overheid kiest duidelijk voor de vervanging van de professionele zorg door de informele ondersteuning. Hoe men met een bepaalde terminologie een botte besparing tracht te maskeren.

Normaliter zou de overheid aandacht moeten hebben voor een vraag die maatschappelijk gedragen wordt. Uit een vorige enquête periode 2009 – 2012 bleek dat 63.000 medeburgers vragende partij zijn voor de invoering van het recht op zorg voor de persoon met een handicap bij middel van een geschreven petitie. De handtekeningen werden neergelegd in het Vlaams parlement. De overheid ontweek haar verantwoordelijkheid met als argument: “ De ingediende formulieren voldoen niet aan de vorm vereist door het Vlaams Parlement”. Dezelfde afwijzing deed zich voor in het maatschappelijk debat gehouden in Gent (3 maart 2009) waar het voorstel voor de invoering van het recht op zorg klakkeloos van tafel werd geveegd met als enig argument dat het te duur was alhoewel men moest toegeven dat hier nooit een studie werd over verricht. Indien men toch zou beslissen dit te doen dan liefst door een onafhankelijk orgaan.

Ondanks de actiegroep “Recht op Zorg” talrijke ontgoochelingen rijk is zijn we vast besloten om de overheid blijvend te confronteren met het schrijnend en onaanvaardbaar gegeven
dat men in Vlaanderen de persoon met een handicap aan zijn lot overlaat.